Welkom op de DHV website

Home / Artikelen / Snoeken met dood aas

Snoeken met dood aas

De DHV beschikt over viswater met een zeer goed karperbestand. Nu de watertemperaturen weer beneden de 10º Celcius zijn, hebben de meeste karpervissers echter hun karperhengels weer opgeborgen, mijmerend over betere en warmere tijden (zie voorzijde!). Natuurlijk hebben we binnen onze club ook de nodige “die-hards” die ook s’winters, met wisselend succes, de karpers belagen. Omdat karpers (net als alle ander vissen) koudbloedig zijn, azen deze echter minder en in kortere perioden als bij hogere watertemperaturen. Toch zijn er ook s’winters mooie momenten te beleven met karperhengels, piepers, en swingers! Ik heb het daarbij over het statisch vissen op snoek met dood aas. Deze methode lijkt best veel op het statisch vissen op karper en het is dan ook verwonderlijk dat zo weinig karpervissers hier voor te porren zijn.

Snoek met dood aas

Snoek met dood aas

De methode is relatief eenvoudig. Net als bij het karpervissen wordt ook bij deze techniek het aas op een veelbelovende plek ingeworpen, de hengels op de steunen gelegd waarna het wachten op een aanbeet kan beginnen. Juist in de wintermaanden kan deze methode succesvol zijn. De snoek is nu traag maar een op de bodem aangeboden dode aasvis kan deze toch vaak niet laten liggen.

Wat hebben we nodig?

  1. 2 karperhengels (2/2,5 lbs) met molens die gevuld zijn met minimaal 30%, maar liever nog 35% nylonlijn.
  2. Setje hengelsteunen of een rod-pod, bij voorkeur voorzien van “optonics” of andere piepers voor een goede  beetregistratie  en swingers of wakers.
  3. wartelloodjes 20-40 gram (afhankelijk van de benodigde werpafstand)
  4. zak met dode, bevroren aasvis. Hiervoor kunnen vele soorten vissen worden gebruikt. Behalve de bekende zoetwatervissen (blankvoorn, blei etc.) kunnen ook zoutwatervissen zoals sardines of (halve)makrelen succesvol zijn. Vooral sardines zijn populair omdat ze perfect zijn qua grootte (15-20cm) en vaak goed verkrijgbaar zijn.
  5. onthaakmat
  6. Goed onthaakgereedschap zoals een lange onthaaktang en een goede kniptang (om eventueel dreggen te kunnen doorknippen).
  7. staaldraad ( 28 lbs), kleine dreggen (maat 4-8),wartels, sleeves
  8. Warme kleding, koffie/thee en doorzettingsvermogen!

De techniek

Zorg ervoor dat je staaldraadje minimaal 60cm lang is en monteer hierop m.b.v. “sleeves” en een sleevetang twee kleine dreggen aan de ene kant, en een wartel aan de andere. Meestal kies ik bij niet al te grote aasvissen zoals bijvoorbeeld een sardine (waarmee ik graag vis) voor dreggen maat 6. Mijn voorkeur gaat daarbij uit naar Gamakatsu’s  omdat deze scherp, dundradig en sterk zijn. Test je onderlijn zodra deze klaar is altijd door met een tang de dreg vast te pakken en met een andere tang de wartel. Zet vervolgens de onderlijn flink op spanning! Hoewel de aasvissen een behoorlijk eigen gewicht hebben is het belangrijk altijd een wartelloodje te gebruiken. Deze wordt schuivend op de lijn gemonteerd zodat de aanbijtende snoek hiervan geen weestand ondervindt. Dit loodje is belangrijk voor een goede beetindicatie. Snoek bijt bij deze techniek vaak erg traag aan. En het is dus belangrijk dat ook de aanbeet van een snoek  die naar ons komt toezwemmen goed wordt geregistreerd. En daar helpt dit schuifloodje in combinatie met gevoelige wakers of swingers ons mee. Het is namelijk belangrijk dat we snel reageren op een aanbeet om te voorkomen dat de snoek het aas zou kunnen inslikken.

Goed, we gaan vissen. Maar waar?? Bij de DHV zijn we gezegend met veel, maar ook heel verschillende wateren. Van grote plassen en kolken tot aan de wat kleinere (stads)wateren en singels. Juist deze laatstgenoemde wateren hebben vaak een prima snoekbestand. En omdat ze wat gelijkmatiger qua diepte zijn is het op deze wateren vaak eenvoudiger de snoek aan de schubben te komen. Vis je met twee hengels, werp je aasvissen dan in op verschillende strategische plekken. Bijvoorbeeld één hengel vlak onder de kant, zoals achter de resten van een rietkraag en ééntje op een dieper gedeelte van het water. Het kan zeker helpen om enkele dagen van tevoren (net als bij het karpervissen) te voeren op de stek om de snoek te gewennen aan de aasvissen en aan de stek. Doe dit echter heel spaarzaam! Teveel voeren heeft eerder een averechts effect dan een positief. Houdt er rekening mee dat ook de snoek bij lage watertemperaturen meestal slechts weinig voedsel tot zich neemt.

Snoek met dood aas

Snoek gevangen met dood aas

Na het ingooien en het goed strak-draaien van je lijn begint het vissen. Verwacht echter niet om de haverklap een aanbeet, want vissen met dood aas op de bodem kan een taaie visserij zijn. Het vissen met dood aas doe ik dan ook bij voorkeur met een vismaatje. Niet alleen heb je met meer hengels meer kans op een aanbeet maar het is ook veel gezelliger waardoor je het veel langer volhoudt en de kans op die ene onverwachte aanbeet met sprongen stijgt. Beet!! De aanbeten van een snoek op dood aas zijn vaak erg traag. Krijg je een aanbeet, pak dan de hengel van je steun, draai je lijn strak totdat je weerstand voelt en zet met een lange achterwaartse haal de kleine dreggen. Houdt vervolgens de boel goed strak (stel je slip niet al te zwaar af) en dril rustig de snoek totdat deze moe is. Heb je wat minder ervaring met de snoeken, schep de vis dan met een ruim karperschepnet en leg de vis vervolgens op een onthaakmat. Heb je veel ervaring dan kun je de snoek ook met de hand landen (kieuwgreep). Handel vervolgens snel. Onthaak de snoek, maak eventueel snel een foto, meet deze op en zet de snoek meteen terug in het water. Ondersteun daarbij de snoek totdat deze op eigen kracht weg zwemt en geniet van de vangst van deze mooie vis!

Voor meer informatie over het vissen met dood aas op snoek kun je mij of Hendrik-Jan mailen op michel@dhv.nu of hendrik-jan@dhv.nu. Voor het juiste materiaal kun je terecht bij o.a. Hengelsport Arnhem.

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.