Welkom op de DHV website

Home / Artikelen / Feedervissen op de IJssel

 

De belangstelling voor het vissen op de IJssel neemt elk jaar toe en dat is niet zo gek. In dit artikel wil ik jullie dan ook wat meer gaan vertellen over het vissen met de feederhengel op de rivier de IJssel.

Feederen op de IJssel

Feederen op onze prachtige rivier de IJssel!

 

Op onze prachtige en snelstromende rivier kun je vele vissoorten belagen met een veelvoud aan vismethoden. Hierbij kun je denken aan het gericht vis op grote barbeel met een stukje kaas of het struinen langs de kribben gewapend met vliegenhengel of spinhengel met als doel roofblei, winde, baars, snoekbaars of zelfs snoek te vangen. Ook het vissen vanuit een boot op de IJssel levert altijd wel een mooie rover op en kan prima, al moet je wel altijd goed op scheepvaart blijven letten! Ook zijn al de eerste meervallen gevangen dus wie weet wat deze mooie rivier in de toekomst nog voor ons in petto heeft.

Maar de visserij die mij en velen met mij het meeste aantrekt op deze mooie rivier is het witvissen met de feederhengel. Dit is naar mijn idee de meest populaire visserij op dit moment. De reden hiervoor is volgens mij dat iedereen op deze manier vis kan vangen (in sommige gevallen zelfs vreselijk veel), er veel verschillende vissoorten zijn te vangen die en de vissen heel erg sterk zijn. Bovendien zit je altijd in een mooie omgeving zit te vissen waar altijd wel wat te zien is, en dat is ook niet onbelangrijk.

Materiaal

De IJssel is een snelstromende rivier. Dit betekend dat je een z.g. “heavy-feeder” met een aantal bijpassende zware feedertopjes nodig hebt. Alleen hiermee ben je namelijk in staat om zware voerkorven tot wel 140gram te werpen. Dit lijkt zwaar maar is soms nodig, bijvoorbeeld op plaatsen waar het hard stroomt of wanneer de vis in de hoofdstroom ligt! De molen moet ook niet te licht/klein zijn. Dit vooral vanwege de zware werpgewichten, maar ook omdat het prettig is als deze over een hoge binnenhaalsnelheid beschikt. Ook een goede slip is belangrijk, zodat je ook die recordbarbeel binnen haalt!

De lijn die op je molen komt kan zowel nylon als dyneema zijn. Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar nylon omdat je daarmee naar mijn mening minder last van de stroming hebt en het je iets meer ruimte geeft om ook een grote vis te drillen Dit omdat nylon een zekere rek heeft en dyneema niet. De dikte van deze nylonlijn mag gerust 28 of 30 honderdste zijn. Maar er zijn ook genoeg mensen die met dyneema vissen, dus aan jullie de keuze.

Qua voerkorven zou ik in ieder geval zorgen dat je korven tussen de 60-140gram bij je hebt, zowel zonder als met ankers. De korven zonder ankers gebruik je wanneer je ”rollend” wilt vissen en zijn prima te gebruiken bij een schone bodem. Deze manier van vissen is erg succesvol bij de visserij op veel van onze rivierbewoners. De truc is dan om een korf te nemen die zo zwaar is dat hij nét blijf liggen en zich slechts af en toe verplaatst, wat overigens vaak de momenten zijn waarop je een aanbeet krijgt. Je kunt natuurlijk ook af en toe een handje helpen door zelf een rukje aan de lijn te geven.
De ankerkorven gebruik je wanneer je niet wilt dat je aas verplaatst, bijvoorbeeld bij een harde stroming of vuile bodem, of om wat gerichter op brasems te kunnen vissen.

verslag-wedstrijden Feedervissen op de IJssel

De korfmontage die ik gebruik is een lus-montage die ik uit de hoofdlijn maak. Ik begin met een lus van zo´n 40 cm waar ik 2 speldwartels in hang, deze lus knoop ik op ongeveer de helft weer dicht met een dubbele knoop. Nu ontstaan er 2 gelijke lussen waarbij je moet zorgen dat er in beide lussen een speldwartel hangt. De onderste lus zet ik dicht met een paar dubbele knoopjes zodat dit niet in de war kan raken en waarbij de wartel altijd onderaan blijft hangen. Aan de bovenste speld komt dan de voerkorf en in de onderste de onderlijn van ca. 18 a 20 honderdste met een lengte tussen de 70 en 150cm.
De reden dat ik deze montage gebruik is dat deze montage zelden of nooit in de war raakt en de vis zichzelf haakt nadat hij het aas heeft gepakt. De haken die ik gebruik op de IJssel zijn haken in de maten 8,10 en 12, afhankelijk van de hoeveelheid aas die ik erop wil prikken wat weer te maken heeft met de eetlust van de vis en de tijd van het jaar.

Dan misschien wel het meest besproken onderwerp in het hele witvissen: ”het voer”. Laat je niet gek maken door allerlei verhalen die je hoort, want iedereen heeft zo zijn eigen voorkeur en mening. Als basis kan eigenlijk elk willekeurig kant, – en klaarvoer worden gebruikt, maar wanneer je het leuk vindt kun je natuurlijk ook je eigen voertje maken. Waar ieder “IJsselvoertje” in ieder geval aan moet voldoen is dat het zwaar en klevend is. Dit omdat je je voer zo lang mogelijk in de buurt van je aas wilt houden. Een licht en los voertje zou vanwege de harde stroming direct wegstromen. Bestanddelen die je hiervoor zou kunnen gebruiken zijn alle maismeel soorten (zoals TTX), pleet of leem. Even grof gezegd zou dit zo tussen 30% en 40% van je hoeveelheid voer moeten zijn. Bij het natmaken van het voer moet je het precies zo vochtig maken dat wanneer je erin knijpt het niet meer uit elkaar valt.

Wat zeker ook niet onbelangrijk is, is datgene dat ervoor moet zorgen dat de vis uiteindelijk aan jouw haakje gaat hangen; het aas. De meest gebruikte aassoorten voor de IJssel zijn maden, casters (verpopte maden), mais, wormen en kaas. Ik zou zeggen, zorg altijd dat je meerdere van deze aassoorten bij je hebt want het kan soms echt veel verschil maken wat je aan je haakje hangt. Experimenteer er dus mee wanneer je aan de waterkant zit, want je zult merken dat je de ene keer meer op casters vangt, terwijl ze de andere keer alleen maar mais lijken te lusten of andersom.

Nog een paar tips tenslotte:

1.Probeer ook eens combinaties van verschillende aassoorten op de haak, dit werkt vaak zeer goed.

2.Geef iedere voerkorf altijd wat aas mee, bij voorkeur het aas dat ook aan je haak hangt. Houdt er echter wel rekening mee dat je de vis ook kunt overvoeren.

3.Zorg dat je altijd op dezelfde afstand vist, dus gebruik de lijnclip van je molen. Wanneer je meerdere korven hebt geworpen zul je zien dat er meer en meer vis op je stek komt.

4.Wanneer je hebt ingeworpen en de korf op de lijnclip valt draai dan altijd eerst een paar meter lijn terug op je molen, dit omdat je zo een goede kans hebt om ook barbelen die op een gegeven moment vanzelf je voerplek vinden in je net te laten glijden. Deze vissen zijn namelijk extreem sterk en zwemmen gemakkelijk door je onderlijn heen. Zo heb je een betere kans dat je ´m alsnog kan houden.

5.Houd rekening met passerende boten want deze kunnen behoorlijk wat water verplaatsen en je zult niet de eerste zijn die zijn spullen ziet wegdrijven. Dus leg je of spullen hogerop of investeer in een plateau en/of zitkist als het je waard is.

6.Steun je hengel zo hoog af als nodig in verband met de waterdruk die de stroming op je lijn uitoefent. Vooral wanneer het laagwater is zul je je hengel hoog moeten afsteunen omdat je op veel plekken anders vast komt te zitten. Aan het einde van de meeste kribben aan de IJssel wordt het namelijk ineens een stuk dieper.

7.Wanneer je op een bepaalde stek gaan aanbeten krijgt ga dan eens op zoek en gooi wat verder of juist dichterbij, verander de lengte van je onderlijn, andere voerkorf of aassoort. Al deze zaken kunnen ervoor zorgen dat je ineens vis begint te vangen terwijl je dacht dat ze ´t niet deden.

Ik wens jullie heel veel visplezier toe op onze prachtige rivier ”de IJssel” en wellicht tot ziens!

Jeroen Vloon

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.